Convenant Gezond Gewicht

4 oktober 2011Ter evaluatie van de doelen van het Convenant Gezond Gewicht (hierna: Het Convenant) zal TNO, in opdracht van Het Convenant, jaarlijks van 2010 tot en met 2014 rapporteren over het beweeg- en eetgedrag van de Nederlandse bevolking. In dit rapport wordt de eerste meting, de zogenaamde nulmeting, beschreven van (determinanten van) beweeg- en eetgedragingen bij kinderen van 4 tot en met 11 jaar, jongeren van 12 tot en met 17 jaar, en volwassenen van 18 jaar en ouder, peiljaar 2010.

Eten

Het eetgedrag van deelnemers werd geëvalueerd aan de hand van de richtlijnen ten aanzien van ontbijten en de consumptie van groente en fruit. Aan de ontbijtrichtlijn voldeden 94% van de kinderen, 84% van de jongeren en 74% van de volwassenen. De groente en fruitrichtlijnen werden gehaald door 8% en 19% van de kinderen, door 9% en 17% van de jongeren en door 33% en 34% van de volwassenen. Vervolgens werden determinanten van eetgedrag in kaart gebracht. Voor alle leeftijdsgroepen gold dat de helft of minder van de deelnemers het (heel) prettig vond om gezonder te eten. Daarnaast gaf minder dan een kwart van de deelnemers uit alle leeftijdsgroepen aan dat zij steun vanuit de omgeving ontvingen ten aanzien van gezond eten. Wat betreft kinderen, vond minder dan een kwart van de ouders het nodig voor hun kind dat het gezonder gaat eten. Daarnaast had de helft of minder van de ouders van 4-11-jarige kinderen een positieve attitude ten aanzien van gezond eten en/of rapporteerde een positieve invloed vanuit de sociale omgeving.

Bewegen

Het beweeggedrag van deelnemers werd in kaart gebracht aan de hand van de richtlijnen ten aanzien van bewegen. De NNGB werd gehaald door 16% van de kinderen, 13% van de jongeren en 58% van de volwassenen. Aan de fitnorm voldeden 32% van de kinderen, 41% van de jongeren en 21% van de volwassenen. Daarnaast was een derde van de kinderen sedentair. Naast beweeggedrag, werden determinanten van bewegen geëvalueerd. Voor alle leeftijdsgroepen gold dat de helft of minder deelnemers een positieve attitude had om meer te gaan bewegen en dat minder dan de helft van de deelnemers door mensen uit hun omgeving positief werd beïnvloed als het gaat om meer bewegen. Wat betreft 4-11-jarige kinderen, vond minder dan een op de vijf ouders van deze kinderen vond het nodig voor hun kind dat zij meer gingen bewegen. Van de jongeren wist slechts de helft dat zij dagelijks minimaal 60 minuten beweging nodig hebben. Voor volwassenen gold dat minder dan de helft een positieve eigeneffectiviteit had ten aanzien van bewegen; zij achtten zich goed in staat om meer te gaan bewegen als zij dat zouden willen.

Conclusies en aanbevelingen

Op basis van de resultaten van deze nulmeting kan worden geconcludeerd dat er verbetering mogelijk is op (determinanten van) bewegen en eten bij kinderen, jongeren en volwassenen. Wat betreft bewegen blijven met name kinderen en jongeren achter op het voldoen aan de NNGB, terwijl dit geldt voor volwassenen bij de fitnorm. Alle deelnemers scoren slechter op de richtlijnen voor eten dan voor bewegen, met uitzondering van ontbijten. Vooral het percentage deelnemers – met name kinderen en jongeren – dat voldoet aan de richtlijnen voor groente en fruit is laag.

Aangrijpingspunten voor een gezonder beweeg- en eetpatroon kunnen worden gevonden in de determinanten van deze gedragingen. Zowel bij bewegen als eten is winst te behalen op het versterken van de positieve attitude en positieve invloed van mensen uit de omgeving. Daarnaast kan bij ouders van kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 11 jaar de bewustwording van de noodzaak van een gezonder beweeg- en eetpatroon van hun kind worden vergroot.  kan de bekendheid met de NNGB onder jongeren worden verbeterd, en kan de eigeneffectiviteit van volwassenen ten aanzien van meer bewegen worden versterkt. Ook is het belangrijk dat toekomstige media aandacht over gezond gewicht op een aansprekende manier gebeurt zodat de doelgroep zich hier prettig bij voelt. Echter, massamediale voorlichting is slechts beperkt geschikt om mensen tot gedragsverandering aan te zetten. Toekomstige voorlichting zou mensen kunnen stimuleren om vaker stil te staan bij de noodzaak van een gezond gewicht. Ten slotte is er op scholen en in bedrijven veel ruimte voor het uitbreiden en promoten van activiteiten ter stimulering van meer bewegen en ter preventie van overgewicht.

Werkfruit

Men kan tot gedragsverandering aangezet worden door het constant aanbieden van gezonde voeding op bijvoorbeeld de werkplek. Het is belangrijk dat de drempel naar gezonde voeding laag is. Een goede manier om de drempel te verlagen is het beschikbaar stellen van fruit binnen handbereik op de werkplek. Werkfruit is een goede manier om constante aandacht te creëren voor het eten van fruit.  De werkgever kan vanuit de directe omgeving positieve invloed uitoefenen en zo op de lange termijn een gedragsverandering bewerkstelligen. Men krijgt op deze wijze een positieve houding ten aanzien van het eten van fruit en andere gezonde voeding.

Deel dit bericht met anderen:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Add to favorites
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn

Maak collega's blij met het Fruitkado

Verras eens een relatie met een gezond relatiegeschenk.

Vind alles wat u zoekt in onze shop

Of u nu een fruitkado zoekt of een werkfruitabonnement, in onze online shop vindt u het! Heerlijk vers en duurzaam fruit in kadoboxen, schalen en mooie houten kistjes. Bezorgd bij u op de werkplek, of als kado voor uw collega of relatie! Maak uw keuze, schrijf een kaartje en wij bezorgen het voor u overal in Nederland. Makkelijk en gezond.

Fruitshakefiets

Wilt u gegarandeerd plezier op uw bedrijfsevenement? Met de Fruitshakefiets, een fun-fiets dat energie opwekt terwijl je er op fietst. In combinatie met een blender en vers fruit is een gezonde en lekkere fruitshake zo klaar. Met Bedrijfsfruit maakt u hoe dan ook indruk!

Duurzaamheid

Duurzaamheid is erg belangrijk voor Bedrijfsfruit. Wij werken met duurzaam fruit dat geteeld is met respect voor mens en natuur. Het fruit komt rechtstreeks van de teler, voornamelijk van eigen bodem. Bestrijdingsmiddelen worden zo veel mogelijk vermeden.

Fruitschool Fruitschool